Piet Swerts: “Sehnsucht: een beklijvende, passionele levensroman”

Op haar jaarlijkse Fête de la Musique-concert speelt het Belgian National Orchestra onder leiding van Joshua Weilerstein niet alleen werk van Ligeti en Beethoven – de beroemde Vijfde symfonie – maar ook de wereldpremière van een nieuw celloconcerto van Piet Swerts. Hij baseerde dit vijfdelige werk, getiteld Sehnsucht, op een reeks fotopanelen van Marie-Jo Lafontaine. Een gesprek met een van België’s meest veelzijdige toondichters!

 

In welke traditie plaats jij jezelf als componist? Wie zijn je grote voorbeelden?

In mijn jeugd waren dat vooral Debussy en Beethoven. Tijdens mijn studententijd ontdekte ik Bernstein en Lutosławski. Die laatste heb ik persoonlijk ontmoet. Ik heb uiteindelijk over hem mijn thesis geschreven en in de jaren ’80 componeerde ik enkele werken in zijn stijl. Al heb ik altijd wat afstand proberen te houden van de extreme avant-garde. Na mijn eerste opera in de jaren ’90 voor de Vlaamse Opera, Les liaisons dangereuses, die erg door Debussy was beïnvloed, kwam ik in 2012 in aanraking met filmmuziek. Toen heb ik echt een klik gemaakt, in die zin dat ik terug ben beginnen geloven in de tonaliteit. De laatste 10 jaar heb ik een eigen stijl kunnen ontwikkelen, gebruik makende van vrije, verwijde tonaliteit, enerzijds gestoeld op traditie, anderzijds hedendaags, daarnaast ook toegankelijk, maar niet clichématig. Wat ik ook heel belangrijk vind, is het vormaspect. De aandacht daarvoor haalde ik bij componisten als Beethoven, Bruckner en Mahler – die ik recent meer diepgravend ben beginnen ontdekken. Vanuit het niets een grote architectuur opbouwen, met een minimum aan materiaal, dat is voor mij componeren.

 

Jouw werkcatalogus is bijzonder omvangrijk. In opdracht van het Belgian National Orchestra schreef je in 2016 reeds een orkestwerk met als titel L’Apogée, en zowel in 1987 (Rotations, voor piano en orkest) als in 1993 (Zodiac, voor viool en orkest) was het verplicht werk voor de Koningin Elisabethwedstrijd van jouw hand …

Klopt! Toen was dat trouwens niet zomaar een opdracht, maar werd er nog een wedstrijd compositie georganiseerd. Iedereen kon een werk indienen en uit al die inzendingen werd de beste compositie die aan de voorwaarden voldeed geselecteerd. In 2015 is die wedstrijd echter spijtig genoeg afgeschaft. Wat ik wel een positieve evolutie vind bij de Koningin Elisabethwedstrijd, is dat er nu ook een editie voor cello is. In 2022 werd die gewonnen door iemand die het celloconcerto van Lutosławski speelde. Dat is een van de moeilijkste cellowerken uit de 20ste eeuw, zeker niet evident ook voor het publiek. Dus wat een overwinning voor de muziek van Lutosławski! Trouwens, Yibai Chen, die in 2022 de Tweede Prijs won, zal nu de première van mijn celloconcerto spelen. 

 

Hoe is jouw celloconcerto precies ontstaan?

Een tijdje geleden werd ik gecontacteerd door een anonieme kunstverzamelaar die erg onder de indruk was van A Symphony of Trees, een oratorium dat ik voor de stad Ieper schreef in de context van de herdenkingsplechtigheden rond de Eerste Wereldoorlog. Als een hommage aan wijlen zijn moeder, had deze kunstverzamelaar een cyclus van vijf fotopanelen laten maken door de beeldende kunstenares Marie-Jo Lafontaine. Hij vroeg me om op basis van deze fotopanelen een nieuwe compositie te schrijven. Een Schilderijententoonstelling à la Moessorgsky. Aanvankelijk had hij iets kamermuzikaals in gedachten, maar gezien de thematiek, stelde ik na enig nadenken een vijfdelig celloconcerto voor.

 

En elk deel van je celloconcerto correspondeert met een fotopaneel van Marie-Jo Lafontaine?

Inderdaad. De vijf panelen zijn een soort van levensportret van de kunstverzamelaar zijn moeder. Marie-Jo Lafontaine gebruikte persoonlijke items van deze dame, gecombineerd met gedetailleerde natuurtaferelen die in dialoog staan met bepaalde levensperioden. De natuurtaferelen komen onder meer uit een park waarin de dame veel vertoefde. De kledingstukken die Lafontaine zorgvuldig en respectvol selecteerde hadden een bijzondere betekenis in de dame haar leven. In het vierde en laatste paneel is dit een combinatie van een outfit die zij droeg toen zij haar allerlaatste concert bijwoonde, een uitvoering van de Tweede symfonie van Mahler. Ik heb twee dagen doorgebracht in Kunsthaus Lempertz waar de werken – zeer groot van formaat – voor mij kort werden tentoongesteld. Dat heeft mij de nodige inspiratie geleverd om aan de slag te kunnen gaan.

 

Hoe heb je een overkoepelende eenheid in die vijfdelige compositie kunnen bereiken?

Ik wou geen traditioneel concerto schrijven. Het zijn eerder sfeertableaus die naadloos in elkaar overgaan. Zoals bij het Promenade-thema bij Moessorgski vond ik die rode draad in een motief van vier tonen: E-G-D-A, de tonen die voorkomen in de voornaam van de moeder: G-E-R(e)-mAine. Een kleine terts, gevolgd door een reine kwint, samen een kleine septiem die afspringt naar een reine kwart. Gecombineerd met een akkoordverbinding van een kleine en grote terts wordt dit leidthema zeer karakteristiek. Het vormt, in verschillende hoedanigheden, de lijm tussen de verschillende delen. Het eerste deel, Erwachen, bruist van optimistische levensenergie. Daarna volgt Liebestraum, een ode aan de liefde. De derde beweging, Leidenschaft, is de meest virtuoze. Het is een Toccata-achtige compositie die de turbulenties van het leven verklankt. De moeder verliest haar man en komt in het vierde deel, getiteld Urlicht, alleen te staan. Op het einde van die beweging wordt Mahlers Tweede symfonie geciteerd. Het vijfde en laatste deel, Schicksal, opent met doodsklokken. Vervolgens zetten de strijkers een aangrijpend en bijzonder intens adagio in, aanvankelijk verscheurd van wanhoop en pijn en verdriet, maar op het einde keert dat om naar een hoopvolle vraag. Met dit celloconcerto – dat Sehnsucht als extra titel draagt – heb ik geprobeerd een beklijvende, passionele levensroman te schrijven waarin de menselijke emotie centraal staat in al haar glorie, maar ook in haar vertwijfeling, verdriet, grootheid, passie, warmte en  liefde.

 

Waarom heb je precies voor een celloconcerto gekozen, en niet voor, bijvoorbeeld, een vioolconcerto?

Je kan een cello moeilijk vergelijken met een viool. Als solistisch instrument heeft een cello veel meer mogelijkheden omwille van het grotere bereik en de grotere diversiteit. Het is een instrument dat én ongelofelijk lyrisch kan zijn, én ongelofelijk dramatisch en én ongelofelijk virtuoos. Als uitdrukking van de moederfiguur leek de cello mij ideaal. En die moeder treedt steeds met iets in dialoog, met een liefdespartner, met de haar omringende wereld, met de dood … Dat alles drukt het orkest uit.

 

Jouw hoopvolle slotdeel staat enigszins in contrast met het inktzwarte vijfde fotopaneel van Marie-Jo Lafontaine …

Ik heb dit werk in de coronaperiode geschreven, en die laatste beweging is ontstaan op een voor mij persoonlijk heel erg moeilijk moment. Het vijfde deel begint met doodsklokken die al het voorgaande laten imploderen en een gigantisch zwart gat creëren. Daarna neemt de cello dat thema over. Muzikaal gezien is dat zwarte gat, dat leven zonder hoop, echter een doodlopende straat. Je moet terugkeren naar een welluidende drieklank om het terug interessant te maken. Dat inzicht is me tijdens het componeren gedaagd en correspondeerde toen ook met mijn levenssituatie. Door een samenloop van omstandigheden is die laatste beweging bijzonder intens geworden. Al is ze natuurlijk ook heel atypisch door het ontbreken van bravoure. Eigenlijk moet je de laatste twee delen als een soort van annex beschouwen bij de eerste drie delen, die de klassieke concertostructuur volgen. Eerst heb je een vrolijk ontwaken, dan een liefdevol adagio en vervolgens een virtuoos, passioneel derde deel. Waar een klassiek concerto op dat moment normaal gezien eindigt, behandelt mijn concerto ook nog het lijden en de dood, om dan uiteindelijk af te sluiten met een teken van hoop.

door Mien Bogaert

 

Piet Swerts

Componist, dirigent en pianist Piet Swerts (°1960, Tongeren) studeerde aan het Lemmensinstituut te Leuven. In zijn doctoraat maakte hij een vergelijkend onderzoek van de compositietechnieken in 15de-eeuwse L’homme armé missen en in hedendaagse werken met diezelfde melodie. Van 1985 tot 2005 was hij dirigent van het Ensemble Nieuwe Muziek van het Lemmensinstituut. Piet Swerts noemt zichzelf een autodidact in compositie, al waren de compositielessen bij Vladimir Kotonsky en Witold Lutosławski in de zomer van 1981 in Polen betekenisvol. Een belangrijk moment in zijn carrière was de creatie van zijn grootschalige opera Les liaisons dangereuses in 1996 in de Vlaamse Opera. In 2006 gaf de International Adolphe Sax Competition de opdracht voor Kotekan, dat het plichtwerk werd in de finale van de wedstrijd. Piet Swerts maakte in 2012 zijn debuut als filmcomponist met de soundtrack voor Atlantic van de Nederlandse regisseur Jan-Willem Van Ewijk en in 2017 werd zijn oratorium A Symphony of Trees gecreëerd in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper, voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Hij won voor zijn composities talloze prijzen, waaronder de Camille Huysmans Compositieprijs voor zijn Droombeelden in 1986, de Compositieprijs van de Provincie Limburg voor zijn Capriccio voor gitaar en kamerorkest (eveneens in 1986) en de Compositieprijs van de Provincie Brabant in 1993De Baron Flor Peeters Prijs kreeg Piet Swerts voor zijn Apocalyps I voor orgel in 1983 en in 1985 verwierf hij de prijs van de Belgische artistieke promotie voor zijn lied Ardennes voor sopraan en piano. Twee keer, in 1987 en in 1993, werd een werk van hem bekroond met de Grand Prix International Reine Elisabeth voor compositie.

 

FR 21.06 | 20:00 | BOZAR

 

FÊTE DE LA MUSIQUE

Ligeti, Swerts & Beethoven

 

PROGRAMME

Ligeti, Concert Românesc

SwertsCello ConcertoSehnsucht”

BeethovenSymphony No. 5

 

 

© Luc Daelmans