Een orkest op maat van de 21e eeuw

In synergie met zijn nieuwe algemene en muzikale directie beraadt het Belgian National Orchestra zich over zijn identiteit en zijn artistieke en sociale taken in een land en maatschappij die in een razend tempo evolueren.

Een mythisch verleden

Het Belgian National Orchestra werd onmiddellijk na het Paleis voor Schone Kunsten opgericht, met de Henry Le Bœufzaal als natuurlijk uitstalraam. Het heeft de prometheïsche energie geërfd die Victor Horta bedacht had voor deze ondergrondse stad, die de verbinding vormt tussen de Brusselse bovenstad en de benedenstad. Al vanaf het begin was het orkest de spil van de Koningin Elisabethwedstrijd, die op een grote internationale belangstelling kan rekenen en die elk jaar de weg bereidt voor jonge buitenlandse solisten die het tegen elkaar opnemen op het belangrijkste klassieke podium van België.

Omwille van dat rijke verleden investeert het Belgian National Orchestra weer fors in zijn favoriete cultuurtempel en haalt het de banden met zijn historische partners nauwer aan om jonge en beloftevolle talenten een mooie toekomst te bieden en hen op lange termijn aan zich te binden. Het symfonisch orkest van de hoofdstad van Europa nodigt ook geregeld de grootste solisten uit en werpt zich op als de geprivilegieerde partner van het Paleis voor Schone Kunsten (BOZAR).

In het midden van Europa, het land en de hoofdstad

Al van meet af aan laat het Belgian National Orchestra zich gelden als hét orkest van België en van de Europese hoofdstad.

Het consolideert de nauwe band die het met Brussel heeft en versterkt die nog verder. Dat vertaalt zich in synergiën met naburige instellingen, zoals De Munt en BOZAR, waarmee het nu samen de straat op gaat en in stations en winkelcentra concerteert ter gelegenheid van het ‘Fête de la Musique’ en hun gemeenschappelijke stadsproject ‘United Colors of Brussels’.

Er is ReMuA en het gemeenschappelijke project ‘El Sistema’, dat de diversiteit van die kleine wereldstad in het orkest opneemt en verklankt. Het Belgian National Orchestra gaat nog een stapje verder en organiseert voortaan ook muzikale happy hours in nachtclubs.

Buiten zijn Brusselse epicentrum verkent het Belgian National Orchestra ook zijn historische banden met de twee andere landsdelen en hun gemeenschappen. Dat blijkt uit de aanwezigheid van het orkest in alle hoeken van de gewesten, ter gelegenheid van het Festival van Vlaanderen, dat van Wallonië en het OstbelgienFestival.

Van klassiek tot hedendaags

Vanaf het seizoen 2017 treedt het Belgian National Orchestra uit zijn keurslijf als productiehuis en treedt het naar buiten met een nieuwe visie voor het verspreiden van klassieke muziek. Klassieke stukken zullen nog steeds centraal staan in de programmatie, maar enkel als ze een mijlpaal in de muziekgeschiedenis geweest zijn. Ze zullen systematisch naast recente werken geplaatst worden die na de symbolische grens van de Tweede Wereldoorlog zijn gecomponeerd.

Hedendaagse muziek, ja, maar enkel als het publiek de muzikale en emotionele kracht ervan kan ervaren. De Amerikaanse componist John Adams, die in het seizoen 2017-2018 in de kijker wordt gezet, kan bijvoorbeeld een breed publiek boeien zonder dat het afbreuk doet aan het flitsende van een echte creatie. Het Belgian National Orchestra zal concertprogramma’s maken met stukken die uit dat brede repertorium geselecteerd worden, die op elkaar inspelen en die de rode draad vormen voor de zingeving van de concertervaring.

Op die manier zal het Belgian National Orchestra zijn repertoire voortdurend aanvullen, met recente en nieuwe werken, zoals het War Requiem dat voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog besteld werd bij de Vlaamse componiste Annelies Van Parys, maar ook met werken die zelden worden opgevoerd maar niet minder markant zijn. Denk maar aan het groots opgezette Psalmus Hungaricus van Kodaly en het Mysterium van Skrjabin, een multimediastuk dat vorm kreeg nog voor er sprake was van multimedia.

 

Het orkest van de moderne mens

Het Belgian National Orchestra werpt zich dus op als een volwaardige culturele instelling, die bovendien een maatschappelijke visie heeft en een missie voor de groep muzikanten die er deel moet van uitmaken.

Is de problematiek van culturele identiteiten, overdreven individualisme en de complexe relatie tussen individu en collectief een voortdurende invraagstelling van het sociale contract en de humanistische waarden? Het Belgian National Orchestra maakt er de kern van zijn programmatie van en zal zich er de komende seizoenen in verdiepen.

De periode 2017-2020 belooft dus een boeiende triptiek te brengen die begint bij het individu en de culturele traditie. Daarna richten de muzikanten zich op de ongebreidelde passie die de mensheid tot excessen kan drijven, zowel individueel als collectief. Tot slot volgt de invraagstelling, de hernieuwde omschrijving en de triomf van een humanisme dat individu en maatschappij terug verzoent en het dierlijke in de mens overstijgt.

 

Maar vooreerst …

De muzikanten vinden opnieuw aansluiting met de energie uit de tijd van de oprichting van het Belgian National Orchestra, een tijd waarin het modernisme triomfeerde. Ze voorzien elk concert van een zingeving die het publiek rechtstreeks aanspreekt. Aan de hand van die vernieuwende ervaring herontdekken de luisteraars de kracht die uitgaat van meesterwerken uit het verleden en maken ze kennis met composities die een licht werpen op het heden. Een hele kunst, een reden van bestaan en een blijk van geloof in het humanisme, aspecten die woorden overstijgen en helemaal op maat zijn van de 21e eeuw.

 

Uit