Dat Brussel rijk is aan musea, is algemeen geweten. Maar die musea ook effectief gaan bezoeken, is iets wat we maar zelden doen. Wij hielpen een handje om enkele exquisiete collecties te ontdekken en hebben we nog een dimensie toegevoegd: live muziek, uitgevoerd door instrumentalisten van het Belgian National Orchestra. 

Op 18 december waren enkele instrumentalisten van het Belgian National Orchestra te gast in het Museum Kunst & Geschiedenis (gelegen in het Jubelpark). Dat museum – het grootste van het land – bezit een enorme collectie. Het gebouw waarin het Museum Kunst & Geschiedenis is gehuisvest, is daarnaast ook een niet te missen landmark van het Brusselse architectuurpatrimonium.

De muziek die onze musici uitvoerden, werd door henzelf geselecteerd en was geïnspireerd door de ruimtes waarin ze spelden, zowel als door de artefacten die in deze ruimtes staan opgesteld. De orkestmuzikanten van het Belgian National Orchestra werden bijgestaan door jong talent uit de Orchestra Academy, een beurs voor beloftevolle conservatoriumstudenten in samenwerking met de Munt.

Passies ontketend

Gordon Fantini, fagot
Bert Helsen, fagot
Rémy Roux, fagot
Filip Neyens, fagot & contrafagot


Scott Joplin, The Ragtime Dance (Arr. David Whitehouse)
Scott Joplin, The Easy Winners (Arr. David Whitehouse)
Erik Satie, Le Piccadilly (Arr. David Whitehouse)
Claude Debussy, Golliwog’s Cake Walk
Claude Debussy, The Little Negro
Sergei Prokofiev, Scherzo Humoristique


Om het programma voor deze locatie samen te stellen, zijn we eerst en vooral terug gegaan naar de periode waarin Horta en Lambeaux het werk geconcipieerd hebben. Tijdens de Art Nouveau (eind 19de, begin 2Oste eeuw) waren heel wat grote namen uit de muziekgeschiedenis actief : Ravel, Debussy en Satie. Deze laatste kennen we vooral van zijn Gymnopédie, maar hij was iemand die ook minder ‘serieuze’ muziek schreef, in opdracht van de cabarets waar hij regelmatig rondhing (vaak om zijn rekeningen te kunnen betalen).

Deze kant van de ‘Menselijke Driften’ leek mij een uitstekend uitgangspunt en bij nader inzien, bleken ook Ravel, Debussy e.a. hun neus niet op te halen voor het schrijven van een ragtime, een mars of een wals. Een mars van Satie dus, die perfect klinkt met een fagottenkwartet! Zo was ineens ook de bezetting een feit.

Beginnen doen we met een tijdgenoot die bekend geworden is met ‘lichte’ muziek – de Amerikaan Scott joplin. Drie ragtimes (oorspronkelijk voor piano) in een bewerking voor drie fagotten en contrafagot. Daarna een wals van Satie dus, gevolgd door werk van niemand minder dan Claude Debussy – die zich hier ook van zijn minder serieuze kant laat zien.

Eindigen doen we met een tijdgenoot uit Rusland – Sergei Prokofiev – die ook met een knipoog een ‘Scherzo Humoristique’ schreef – origineel voor 4 fagotten.

De Western Trail

Alexei Moshkov, Konzertmeister
Nathalie Lefin, tweede viool
Dmitri Ryabinin, alto
Olsi Leka, cello

Antonín Dvořák, String Quartet No. 12, Op. 96, “American Quartet”


Het ontdekken van dit gedeelte van het museum, moet een beetje aanvoelen zoals Antonín Dvořák Amerika ontdekte tijdens zijn verblijf in New York op het einde van de 19de eeuw. Hij componeerde in die periode een aantal ‘Amerikaanse’ werken, waaronder zijn negende symfonie ‘Uit de nieuwe wereld’ én het fantastische ‘Amerikaans kwartet’. Hij citeert in dit werk een aantal Amerikaanse volksmelodieën en verwerkt zelfs een aantal ‘jazzy’ elementen in de compositie (met de blue note en een ‘swingende’ finale ). Hij gebruikt typische indiaanse trommelritmes en citeert in deel 3 zelfs een vogeltje dat enkel in de bosgebieden van de oostelijke staten voorkomt (de zwartvleugeltangare).

Uiteraard kan Dvořák zijn Tsjechische roots en zijn typische stijl niet wegsteken en schemert de melancholie naar zijn vaderland regelmatig door in dit kwartet, dat al snel zijn populairste werd!

Om Namah Shivaya

Annie Lavoisier, harp
Baudouin Giaux, fluit
Katelijne Onsia, alto

Ravi Shankar, fragment uit L’aube enchantée (op de raga Todi)
Claude Debussy, Sonate pour flûte, alto et harpe, L137

 

Welkom in het oosten!

Deze zaal en de objecten die ons omgeven, zullen ons helpen om de invloed te ervaren die het oosten heeft uitgeoefend op westerse kunstenaars: schilders, dichters en muzikanten.

Alsof ze op zoek waren naar een verloren paradijs, ver weg, getint door exotische en vreemde klanken.

We beginnen met de Indische raga Todi, bedoeld om bij het ochtendgloren uit te voeren. Het is een melodisch raamwerk, een sequentie die in het hele stuk wordt gebruikt. We spelen een fragment van het begin en daarna meteen de sonate van Debussy.

U zal horen hoe Debussy geïnspireerd is geweest door deze taal en hoe hij die heeft gebruikt in zijn eigen composities. Hij bouwt zijn muziek op vertrekkende vanuit klankkleuren. Hij gebruikt verschillende kerktoonaarden, pentatonische reeksen, toonreeksen die de impressie geven eeuwige fragmenten te zijn, zonder begin of einde.

In de Sonate voor fluit, altviool en harp, die hij twee jaar voor zijn dood heeft geschreven (de eerste sonate die deze drie instrumenten verenigd), krijgt men de indruk dat de tijd opgeschort is. Men krijgt het gevoel eeuwig te zweven.

Over deze sonate zei Debussy ooit: “het is iets verschrikkelijk melancholisch en ik weet niet of het om van te lachen of om van te wenen is”.

Muzikaal kuieren in Apamea

Annie Lavoisier, harp
Eleonora Congiu (Orchestra Academy), harp
Baudoin Giaux, fluit
Jérémie Fèvre, fluit

Hector Berlioz, L'enfance du Christ (Trio des Ismaélites) pour 2 flûtes et 2 harpes
Philippe Gaubert, Divertissement Grec pour 2 flûtes et 2 harpes
Ottorino Respighi, Siciliana from Antiche danze ed arie per liuto (sec. XVI-XVII)
Jean Absil, Sicilienne for flute and harp
Claude Debussy, Excerpts from Musique de scène pour les Chansons de Bilitis for 2 flutes and 2 harps


Wie aan Italië en Rome denkt, kan niet anders dan de link leggen met de Grieks-Latijnse beschaving. Griekenland, dat in de 2e eeuw v. Chr. werd verslagen, zou zich wreken op Rome. Het land liet zijn kunst, wetenschap en levenskunst na aan Rome.

Het was dus van essentieel belang om in deze majestueuze zaal een link te leggen naar de Griekse oudheid. Aan het eind van de 19e en de 20e eeuw verwezen westerse kunstenaars, schilders, dichters en musici veelvuldig naar het oude Griekenland. Het oefende een fascinerende aantrekkingskracht uit. We kunnen ons voorstellen hoe het in tijden van oorlog een vorm van escapisme was en een ideaal toevluchtsoord waar harmonie heerste.

Via ons programma nodigen wij u uit om te proeven van deze cultuur die rijk is aan legenden, poëzie, muziek en dans.

Geniet van uw reis naar de wortels van onze beschaving!

Uit