Skip to main content
Tickets voor seizoen 26/27 nu beschikbaar! Geniet van 25% korting met onze abonnementen.

Beste Vrienden van de Muziek,

Op algemeen verzoek schrijf ik dit jaar weer een verslag van de voorbereidingen op de finale van de Koningin Elisabeth Wedstrijd (KEW) voor cello, vanuit mijn persoonlijk perspectief: mijn stoel in het Belgian National Orchestra (BNO), het orkest dat de finalisten zal begeleiden in de week van 25 tot 30 mei.  

Terwijl de halve finale nog in volle hevigheid woedt in Flagey, begon het BNO vandaag al aan de repetities voor de finale-week. Er staat immens veel werk op de lessenaar: het nieuwe plichtwerk en de keuzeconcerto’s van de kandidaten.   

Het plichtwerk voor deze editie werd een compositieopdracht voor de Chinees-Amerikaanse componiste Fang Man. Het is volgens mij nog maar de tweede keer in de 75-jarige geschiedenis van de KEW (het concours viert dit jaar zijn Albasten Jubileum) dat het plichtwerk voor de finale van een vrouwelijke hand komt. De vorige keer was in 1976 (ik had toen net mijn eerste melktand eruit) met het vioolconcert van Jaqueline Fontyn. Ergens is dat vreemd, want het talent om goede muziek te schrijven hangt volgens mij niet af van de vraag of je nu beschikt over twee x-chromosomen of over een x- en een y- chromosoom. Soit, de Vrouw dit jaar heet dus Man :-)  

De musici van het BNO hebben over het plichtwerk een geheimhoudingsplicht. Het is namelijk niet de bedoeling dat er vroegtijdig informatie over die nieuwe compositie (of fragmenten uit de partituur of stukjes opname van de repetities) tot bij de kandidaten geraakt. Zoals u wellicht weet krijgen de finalisten slechts 7 dagen de tijd om dit ongekende werk in te studeren, dit in quarantaine in de Muziekkapel in Waterloo. Ik beperk me in deze kolommen dus tot wat ik wel “mag” vertellen over die compositie, in afwachting van de wereldpremière door de eerste finalist, op Pinkstermaandag 25 mei.   

De eerste kennismaking vanochtend met het plichtwerk was bijzonder positief en interessant. Het stuk kreeg als titel Four Odes to the Tidings of Flowers. Een moeilijk te vertalen titel (misschien komt ‘Vier Odes aan de Bloemenboodschap’ nog wel het dichtst in de buurt). De componiste baseerde zich namelijk op wat in het oude China ‘Hua Xin’ werd genoemd: een soort jaarkalender waarin het jaar wordt ingedeeld in 72 periodes van ongeveer 5 dagen en waarbij elk begin van een nieuwe periode gekenmerkt werd door het tot bloei komen van een bepaalde bloem. Een soort van bloemen-almanak dus. Aan die bloeiende bloem werden er bovendien bepaalde spirituele eigenschappen toegekend. Fang Man koos voor haar compositie de vier planten die met hun bloesem het begin van een nieuw meteorologisch seizoen aankondigen: orchidee, bamboe, pruim en chrysant voor respectievelijk lente, zomer, herfst en winter. Zo kwam de componiste dus tot een soort hedendaagse versie van Le Quattro Stagioni, maar dan niet voor viool maar wel voor cello. Daar waar Antonio Vivaldi zijn cyclus aanvangt met de lente en eindigt met de winter, laat Man de solist de vrijheid om de volgorde van de seizoenen zelf te kiezen. Dat wordt even wennen voor publiek en jury, maar ook voor het orkest. Laat ons ervan uitgaan dat we bij elk van de twaalf finalisten er zullen in slagen om op dat vlakgeen blunders te begaan :-)  

De namiddagrepetitie vandaag werd besteed aan de keuzeconcerto’s. Op dit moment zijn er nog 24 kandidaten in de halve finale. Bij hun inschrijving voor het concours hebben alle kandidaten hun keuzeconcerto moeten vastleggen voor het geval ze de finale zouden bereiken. En dat menu is (op dit ogenblik nog) erg divers. Een overzichtje van de 8 concerto’s die nog in de running zijn: Antonin Dvorak (x7), Robert Schumann (x1), het eerste concerto van Dimitri Shostakovich (x5), het tweede van Shostakovich (x2), Sergei Prokovief (x5), Henri Dutilleux (x2), Samuel Barber (x1) en Witold Lutoslawski (x1). Van die 24 keuzeconcerto’s zullen er uiteindelijk slechts 12 overschieten. Dat weten we zaterdagnacht, bij de proclamatie na de halve finale. Het zou dus kunnen dat we de finale spelen met acht verschillende concerto’s. Maar het zou ook kunnen dat er slechts drie verschillende concerto’s in de finale verschijnen… [Saut de retour à la ligne] [Saut de retour à la ligne]Het orkest oefent, in afwachting van het definitieve programma voor de finale, die acht concerto’s in. Immers, er is in de week tussen de halve finale en de finale niet genoeg tijd om al die mogelijke stukken from scratch te repeteren. Daarom bereiden we ons voor ‘op het ergste’. En bij die acht keuzeconcerto’s zitten er een paar heel moeilijke kleppers.   

Het concerto van Dutilleux (‘Tout un monde lointain’ is eigenlijk de titel van het stuk) is bijzonder lang en erg complex. Ook de Sinfonia Concertante van Prokovief is moeilijk voor het orkest. Het concerto van Samuel Barber is dan weer zelden gespeeld (ik heb het in mijn 27 jaar BNO nog nooit gespeeld) en het concerto van Witold Lutoslawski (waar Hayoung Choi vier jaar geleden de wedstrijd mee won) is verre van evident. Dat stuk is volledig aleatorisch gecomponeerd. Dat betekent dat het toeval (‘alea’ is het Latijn voor dobbelsteen) op het moment van de uitvoering een grote rol speelt. De dirigent dient tijdens dit concerto namelijk 139 cues te tonen. Op elke cue dient er een orkestgroep ‘iets’ te doen: een aantal noten spelen, of een bepaalde module blijven herhalen tot de volgende cue getoond wordt. De dirigent bepaalt op het moment zelf hoeveel tijd hij laat tussen de cues. Dat betekent dus dat het stuk bij elke uitvoering totaal anders klinkt en dat ook de lengte van de uitvoering sterk kan verschillen. De aleatoriek was een belangrijke stroming binnen de hedendaagse klassiek muziek in de jaren ’60 van de vorige eeuw en Witold Lutoslawski was er een van de protagonisten van.  

Sinds een aantal jaar werkt de KEW voor haar vierjarige cyclus (viool-piano-cello-zang) met een alternerende beurtrol voor de drie Brusselse orkesten (Belgian National Orchestra, Brussels Philharmonic en het Symfonieorkest van de Munt). Een beurtrol die in 2020 door de coronacrisis al door elkaar werd gegooid. Dat heeft ertoe geleid dat het dit jaar eigenlijk de eerste maal is dat het BNO de cellowedstrijd begeleidt. (Bij de eerste twee celloconcoursen in 2017 en 2022 was dat Brussels Philharmonic). Voor ons orkest een leuke nieuwe uitdaging en een boeiende afwisseling!    

Het orkest werkt voor deze editie van de KEW onder de leiding van zijn chef-dirigent Antony Hermus. In het verleden was het vaak zo dat de KEW speciaal voor de wedstrijd een gastdirigent engageerde. De laatste tijd wordt er echter steevast gewerkt met de chef-dirigent van het betreffende orkest. Zo een marathon als de KEW is echt een kolfje naar de hand van Antony Hermus: vol energie en met uiterst veel toewijding neemt hij heel het orkest mee door dit lange avontuur. Trouwens, niet alleen het orkest neemt hij mee, maar straks ook de kandidaten, voor wie hij uiterst behulpzaam en communicatief is. Ik ben superbenieuwd naar de komende twee weken!  

Morgen meer KEW-nieuws!  

 

Bram