Weinig hedendaagse componisten belichamen het symfonische ambacht zo volledig als de Belg Luc Brewaeys. Op 27 maart brengt het BNO zijn Achtste symfonie — een werk dat onvoltooid bleef bij zijn overlijden in 2015. Zijn nauwe medewerkster en leerlinge Annelies Van Parys ging de uitdaging aan om het slotdeel van deze monumentale partituur te voltooien. Daarbij liet ze zich inspireren door Brewaeys’ schetsen en door de Japanse techniek kintsugi, waarbij gebroken keramiek met goudlak wordt hersteld zodat de breuklijnen zichtbaar en waardevol blijven.
‘C’est très suspensive…’, merkte Arturo Tamayo op na de eerste orkestrepetitie van Luc Brewaeys’ Achtste symfonie. Voor de première op Ars Musica in 2004 waren slechts twee van de vier geplande delen voltooid, maar ze vormden een intrigerend tweeluik. Beide delen eindigen (voor het oor) op een gelijkaardige manier, vooral door het materiaal in het slagwerk. Het eerste deel besluit zeer luid in fortissimo, het tweede echter zeer stil in pianissimo.
Toen de achtste symfonie in 2010 opnieuw klonk tijdens Ars Musica, liet Brewaeys het publiek nog maar eens op het puntje van zijn stoel achter. De beloofde grandioze finale geraakte immers niet tijdig neergeschreven. Het zou een practical joke van de componist kunnen zijn, ware het niet dat de symfonie nooit voltooid zou worden. De rijzende vergelijking met Die Unvollendette was meer een belediging dan een compliment, want Brewaeys liep met Franz Schubert niet hoog op.
Onvoltooid, en toch al twee uitvoeringen op de teller. Je zou het ook een groot succes kunnen noemen. Terecht, want de drie delen die wél afgewerkt werden, vormen een prachtige doorsnede van Brewaeys’ symfonisch idioom. Doorheen zijn symfonisch werk ontwikkelde Brewaeys een uitgesproken persoonlijke benadering van het spectralisme. Hij koos bewust voor meer schwung en krachtige melodische lijnen. Zijn Achtste symfonie spiegelde hij maar al te graag aan de Achtste van Beethoven, een van zijn favoriete componisten: ‘Beethoven had zijn Achtste bedoeld als een opgewekt stuk. Niet dat het mijne zo opgewekt zal zijn, maar wel een ode aan de klank, en aan het plezier van muziek te maken.’
Net als in Symphony n° 7 richt Brewaeys in Symphony n° 8 de spots op de blazers – een warm eerbetoon van de componist aan zijn goede vriend, de jazz- en blaasmuziekproducer Miel Van Attenhoven. Vooral de vijf hoorns schitteren als solisten. Nagenoeg elke melodische ontwikkeling vertrekt vanuit hun partij, terwijl de rest er weelderige orkestklanken omheen bouwt. ‘De symfonie is opgevat als een soort klankorgie’, verklapte Brewaeys in zijn werktoelichting.
‘Beethoven had zijn Achtste bedoeld als een opgewekt stuk. Niet dat het mijne zo opgewekt zal zijn, maar wel een ode aan de klank, en aan het plezier van muziek te maken.’
Componiste Annelies Van Parys, een goede vriendin en leerlinge van Luc Brewaeys, dook onlangs in de schetsen van het laatste deel van deze Achtste symfonie om het werk te voltooien, met respect voor Lucs stijl en notities: "Ik ga proberen iets te schrijven waarbij zijn stukken in waarde worden gelaten, en er iets nieuws komt dat de boel verbindt, kintsugi-gewijs, de Japanse restauratietechniek die werkt met een andere kleur. […] Maar ik wil er tegelijk ook echt voor zorgen dat het materiaal dat ik toevoeg ook refereert aan Luc. […] Het blijft nog een beetje een zoektocht, maar wel een spannende zoektocht".
Na de enigszins opmerkelijke Zesde en Zevende symfonieën herontdekt Brewaeys in zijn Achtste symfonie wat van de exuberantie die zo eigen is aan de ‘Brewaeystouch’: muzikanten ruilen hun instrument voor gestemde colaflesjes, uit de percussiesectie weerklinken met regelmaat klokachtige geluiden en naar het einde van het derde deel toe verdwijnen de trompetten en drie van de vijf hoorns naar de backstage. Van de langverwachte finale werden uiteindelijk slechts enkele lijnen genoteerd, maar wie de integrale symfonieën gehoord heeft, heeft weinig verbeelding nodig om het vuurwerk te horen knetteren.
Deze tekst is afkomstig uit de publicatie Fasten Seat Belts! Celebrating Luc Brewaeys (c) Luc Brewaeys Foundation, MATRIX [Centrum voor Nieuwe Muziek], 2025.
