De Amerikaanse componiste Julia Wolfe smeedt de ritmische drive van rock, de directheid van folk en minimalistische patronen tot één eigenzinnig geheel. Haar werken vinden inspiratie in de volksgeschiedenis van haar geboorteland en zijn geworteld in het theater. Ze won in 2015 de prestigieuze Pulitzer Prize voor Anthracite Fields. Dit seizoen zet Bozar haar in de kijker als portretartieste. Haar werk is te horen in meer dan zeven concerten, waarvan drie met het BNO. Onze collega’s van Bozar stelden haar alvast enkele vragen.
Mijn muziek die aan bod komt illustreert mijn liefde voor sonische intensiteit en mijn diepe verbondenheid met het theater. In Fire in my mouth komt dat het sterkst tot uiting. Meer dan 100 zangeressen bundelen de krachten met een orkest. Het stuk is gebaseerd op de kledingindustrie van rond de vorige eeuwwende. De focus van het werk ligt op de brand die in 1911 de Triangle Shirtwaist Factory teisterde, en op de nasleep ervan. Ik haalde me de vrouwelijke immigranten die er werkten voor de geest. Ze waren de armoede en de vervolging in hun thuisland ontvlucht. Velen onder hen waren textielarbeidsters en beschikten over de nodige naaiskills. Zo kwamen ze in enorme fabrieken terecht en zaten ze met z’n honderden aan de naaimachines. Fire in my Mouth vertelt het verhaal van de vrouwen die hebben doorgezet en de uitdagende omstandigheden het hoofd hebben geboden, van de vrouwen die vooropgingen in de strijd voor de hervorming van de werkplek.
Alle muzikale werken die gebracht zullen worden, zijn schatplichtig aan het Amerikaanse idioom: fiedelen, swingende ritmes, voetstampen, bodyslappen... De zintuiglijkheid is rauw en ogenblikkelijk. In Body Language vervormt een klap in de handen tot een orkestrale ontploffing. Een salvo van slagen op de borst leidt tot energieke roffels op een drumstel dat bestaat uit plastic buizen en keukengereedschap. In Forbidden Love gaan de percussionisten aan de slag met de instrumenten van het strijkkwartet en maken ze er een soort hakkeborden van door erop los te slaan en te tokkelen.
In New York is overal muziek – op straat, in de metro. Je draait een hoek om en je hoort iets prachtigs en onverwachts: drumstellen gemaakt van emmers en pannen, mensen die ritmes klappen of tikken op hun borst. Mijn muzikale taal is doordrongen van die stad.
Ik zou eerder zeggen dat Body Language een viering is dan een manifest. Maar ik hou ook wel van het idee dat het beide kan zijn! In New York is overal muziek – op straat, in de metro. Je draait een hoek om en je hoort iets prachtigs en onverwachts: drumstellen gemaakt van emmers en pannen, mensen die ritmes klappen of tikken op hun borst. Mijn muzikale taal is doordrongen van die stad. Ik put uit Amerikaanse folk, uit rock-’n-roll. In Body Language geef ik Colin een totaal nieuwe uitdaging: zijn virtuositeit op een totaal andere manier inzetten.
Voor mij is dat een energieke duik, met knarsende wasborden, loeiende trompetten en opzwepende beats.