Laurence Dubar

Fluit

Solist

Interview met onze muzikant Laurence Dubar, fluitiste en piccolo

Herinner jij je jouw debuut nog bij het orkest?

Mijn eerste stappen bij het Belgian National Orchestra heb ik te danken aan Baudouin Giaux, fluitsolist bij het orkest. Hij was opleidingshoofd aan het Koninklijk Conservatorium Brussel, waar ik gestudeerd heb. Dat is ondertussen 25 jaar geleden! In september kreeg ik een onverwachts telefoontje van hem met de vraag om in een productie te spelen. Het ging over de piccolopartij in de 4e symfonie van Tsjaikovski. Als absolute nieuwkomer – of toch bijna – in de orkestwereld, besefte ik niet wat van mij werd verwacht ... Het is namelijk een van de meest gevreesde en moeilijkste solo’s die er zijn. De symfonie telt vier bewegingen, waarbij de piccolo pas vanaf de derde beweging aan zet is ... Wachten en geconcentreerd blijven zonder in paniek te raken, is hier dus de boodschap. Deze uitdaging heeft me echter de kans geboden om mijn capaciteiten te tonen binnen de fluitsectie en ten overstaan van de toenmalige dirigent, Yuri Simonov, die later muzikaal directeur is geworden. Dankzij dit indrukwekkende debuut heb ik nog in andere producties mogen spelen en werd ik na een examen aangeworven bij de fluitsectie.


Onderging je een evolutie sinds je begindagen?

Ondanks mijn veelbelovende debuut moest ik alles nog leren! Ik had niets van ervaring. Voor mij was dat het begin van een lang leerproces, dat er vandaag nog steeds is. Binnen het orkest zijn er 4 fluitisten. Sinds mijn aanwerving kreeg ik meermaals de kans om de solopartijen voor dwarsfluit te spelen, afgewisseld met stukken voor piccolo. Gaandeweg ben ik tot het inzicht gekomen dat de piccolo mij beter lag. Ik voelde me comfortabeler bij dit instrument en ben dan ook volop voor deze stek binnen de fluitsectie gegaan. Ook hier had ik nog zoveel te leren: de zuiverheid, het zoeken naar klankkleuren ... En ik blijf zoeken, nu al ruim 20 jaar!


Kun je ons wat meer vertellen over je instrument?

Naargelang de werken moet ik ofwel de dwarsfluit-, ofwel de piccolopartijen spelen. Na al die jaren en ontelbare partituren verder moet ik toch bekennen dat de piccolo mijn absolute nummer 1 is. Het is een klein, fijn instrument dat me blijft intrigeren. Hoe zal het morgen klinken? Zal ik voldoende tijd hebben om me naar wens in te werken, zal ik fit genoeg zijn? ... Ik vergelijk mezelf vaak met een topsporter: opwarming, oefening, ontspanning ... De piccolo is een uitdagend instrument omdat je kunt spelen met de contrasten: je kunt op onverwachtste momenten op een schrille, krachtige manier spelen, maar er is ook die tedere, milde en subtiele kant.


Is er een speciale herinnering die je met ons wil delen?

Er zijn er zo veel. De tournees, de solisten, de dirigenten ... mijn lijst met mooie herinneringen is oneindig! Mijn eerste optreden tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd, de tournees in Japan en het spelen onder leiding van Lorin Maazel  staan in mijn geheugen gegrift.


Zijn er bepaalde stukken die je nog graag met het orkest zou spelen?

De 7e symfonie van Sjostakovitsj, De Planeten van Holst, English Dances van Arnold ...